vwo, havo, mavo, tweetalig onderwijs en sportklas

Laatste nieuws

National Programma Onderwijs

donderdag 14 oktober 2021

Wat doet 't Atrium met de NPO-gelden voor de leerlingen?

Het Nationaal Programma Onderwijs (NPO) is er voor herstel en ontwikkeling van het onderwijs tijdens en na corona. Vanaf schooljaar 2021-2022 krijgt elke school per leerling ongeveer € 700 voor een eigen schoolprogramma. Op basis van de analyse kunnen scholen een keuze maken uit een lijst van wetenschappelijk onderbouwde, (aannemelijk) effectieve interventies. Het gaat hierbij om interventies op cognitief én sociaal-emotioneel en fysiek vlak. Ook zijn er interventies gericht op het stimuleren van de executieve vaardigheden, zoals plannen en samenwerken.   

‘t Atrium heeft, in vergelijking met andere scholen, gedurende gehele corona-periode relatief veel contacttijd gehad met leerlingen. Mogelijk dat hierdoor de opgelopen achterstanden gering zijn. Desalniettemin is uit onze analyses gebleken dat onze leerlingen beter begeleid kunnen worden in hun onderwijsleerproces en er wel degelijk kennishiaten zijn bij sommige vakken. Daarnaast hebben we in de coronatijd ervaren dat we meer mankracht en ICT-tooling nodig hebben om het onderwijsproces te continueren, ook als dat noodgedwongen op afstand aangeboden moet worden.  

Op basis van onze kwantitatieve en kwalitatieve analyse hebben wij gekeken op welke manier wij de additionele middelen het komende schooljaar willen inzetten om bestaande praktijken te handhaven (die anders door de bezuinigingen geen doorgang meer konden vinden) of nieuwe praktijken toe te voegen.  

Vanzelfsprekend is er (ook) voor gekozen om de additionele middelen te gebruiken voor interventies die aansluiten bij onze nieuwe manier van werken met een flexrooster. 

Het komend schooljaar hebben we overformatie (meer mensen in dienst dan dat we uren hebben). We willen deze overformatie aanhouden zodat we géén afscheid van ervaren collega's hoeven te nemen en deze in kunnen zetten voor extra ondersteuningsuren in de flexuren. Daarnaast hebben we extra OOP aangetrokken, en onlangs vanwege de vraag nog meer aangevuld, voor het geven van keuzewerktijd-flexuren en de opvang van leerlingen. Hierdoor ontstaat ook meer ruimte voor vakdocenten om vakondersteuning te bieden en om de capaciteit van de flexuren te vergroten. 

Voor wiskunde hebben we extra personeel aangenomen om hiaten weg te werken. Daarnaast gaan we schoolbreed met een adaptief programma werken aan de rekenvaardigheid, om ook hier achterstanden weg te werken. We zoeken naar meer digitale middelen ter ondersteuning van de leerlingen. Met digitale middelen is adaptief onderwijs en daarmee maatwerk op veel hogere schaal mogelijk, terwijl de kosten relatief veel lager liggen dan bijvoorbeeld personele inzet.

Met de additionele middelen willen we ook de lokalen beter outilleren met o.a. eenduidig werkende digiborden. Technologie kan leerkrachten/docenten bijvoorbeeld helpen om effectievere feedback te geven of dingen duidelijker in beeld te brengen, of leerlingen motiveren om meer te oefenen. Vanwege de europese aanbesteding vraagt dit tijd, maar we zijn er hard mee bezig. 

Belangrijkste is dat we gaandeweg het jaar willen kunnen bijsturen om het flexrooster goed aan te laten sluiten bij de vraag van de leerling. Het moet hun systeem worden. We zien nu al dat bepaalde flexuren vol lopen en andere leeg blijven. Dat vraagt om formatieve bijsturing, wat veel geld kost, maar veel recht doet aan het leerproces van de leerlingen. 

Top